RIS-sleuteltechnologieën

Systeem voor elektronische weergave van binnenvaartkaarten en de daaraan verbonden informatie (Inland ECDIS)

Vanaf het einde van de jaren 90 van de vorige eeuw was er overleg en werden er pogingen ondernomen telematica te gebruiken voor ondersteuning van de binnenvaart. In het kader van verschillende onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten is het radarbeeld in het stuurhuis van de schipper van een elektronische kaart voorzien. Hiermee wordt meer veiligheid en rendement in de binnenvaart beoogd.

In de discussies kwam naar voren dat alleen een internationaal overeengekomen proces succes zal oogsten, omdat er van de schipper niet kan worden verwacht dat deze in elk land een andere uitrusting paraat heeft. Dat was de reden waarom het internationaal ingevoerde en doorontwikkelde Electronic Chart Display and Information System (ECDIS) - dat oorspronkelijk voor de zeevaart was ontwikkeld - ook voor de binnenvaart in aanmerking kwam. Het basisidee was ECDIS voor de binnenvaart over te nemen en aan de bijzondere eigenschappen van het binnenland aan te passen, waarbij de oorspronkelijke ECDIS-standaard van de Internationale Hydrografische Organisatie (IHO) ongewijzigd zou blijven. Zo zouden het van oorsprong maritieme ECDIS en het Inland ECDIS compatibel zijn. Dat is belangrijk voor de mondingen van de rivieren, waar zowel zeeschepen als binnenschepen varen.

Het concept van Inland ECDIS werd uitgewerkt in het kader van het Duitse project ARGO. De Europese Unie gaf in 1998 een groep Inland ECDIS-deskundigen opdracht een Inland ECDIS-standaard te ontwikkelen. De groep deskundigen presenteerde op 1 januari 1999 zijn eerste voorstel. De verantwoordelijke comités van de CCR richtten in 2000 een ad hoc werkgroep op voor Inland ECDIS dat belast werd met het ontwikkelen van een Inland ECDIS-standaard voor de CCR. Deze ad hoc werkgroep gebruikte de resultaten van de groep deskundigen als uitgangspunt voor zijn toekomstige werk en stelde de Inland ECDIS-standaarden op. Met Besluit 2001-I-16 16 kB 12 kB 14 kB werd editie 1.0 van de standaard in mei 2001 door de CCR aangenomen. Bovendien kreeg het Comité Politiereglement de opdracht voor het actualiseren en uitwerken van de vereiste wijzigingen in de voorschriften voor de radarinstallaties en bochtaanwijzers, evenals voor het Reglement betreffende het verlenen van radarpatenten. In november 2001 en oktober 2003 verschenen editie 1.01 en 1.02. Met Besluit 2006-II-22 18 kB 18 kB 19 kB nam de CCR in november 2006 editie 2.0 aan. Hierin werden de nieuwe procedures van de IHO, evenals de werkzaamheden van de Europese expertgroep Inland ECDIS en de Internationale Inland-ENC harmonisatiegroep (IEHG) in aanmerking genomen.

In 2008 hebben de voornoemde groepen in overeenstemming met het in editie 2.0 van de Inland-ECDIS-Standaard voorziene mandaat besloten wijzigingen in de Encoding Guide voor Inland ENC’s door te voeren, die onder andere ook nieuwe kenmerken, attributen en attribuutwaarden, resp. nieuwe combinaties van kenmerken, attributen en attribuutwaarden omvatten. Hoewel de wijzigingen slechts in de bijlagen werden doorgevoerd en geen inhoudelijke wijzigingen in alinea's 1 tot en met 5 van de Inland ECDIS-Standaard inhielden, werd voorgesteld de wijzigingen als editie 2.1 van de Inland ECDIS-Standaard te publiceren met als oogmerk een betere overzichtelijkheid en met het oog op de diverse structuren van de verschillende internationale organisaties. De wijzigingen in de standaard zijn beschreven in het verduidelijkings-, correctie- en uitbreidingsdocument voor de Inland ECDIS-Standaard. De CCR en andere internationale organisaties hebben editie 2.1 echter niet in werking laten treden, omdat de Europese Commissie op dat moment het voornemen had editie 2.0 te publiceren als een specificatie conform Richtlijn 2005/44/EG. De CCR heeft editie 2.3 in november 2011 aangenomen en op 16 oktober 2012 geïmplementeerd. De standaard is in de regelgeving van de Europese Commissie (Uitvoeringsverordening (EU) nr. 909/2013 van 10 september 2013) overgenomen.

De Inland ECDIS-Standaard werd niet alleen door de CCR, maar ook door de Donaucommissie, de VN/ECE en PIANC aangenomen en werd daardoor de eerste standaard op het terrein van de binnenvaart, die brede internationale erkenning kreeg.

De Informatiemodus van Inland ECDIS-apparatuur is in principe een elektronische atlas die bedoeld is ter oriëntatie en voor het geven van informatie over de waterwegen, niet voor het sturen van een schip. Tijdens de najaarsvergadering 2013 heeft de CCR met Besluit 2013-II-16 177 kB 173 kB 172 kB een verplichte uitrusting met Inland ECDIS in de informatiemodus (of een daarmee vergelijkbaar visualiseringssysteem) aangenomen. Overeenkomstig artikel 4.07, derde lid, moet dit apparaat met een Inland AIS-apparaat zijn verbonden en dit samen met een actuele elektronische binnenvaartkaart gebruikt worden. Ten gevolge van dit CCR-besluit, dat op 1 december 2014 in werking treedt, kan een schipper de positie van zijn schip en van de andere schepen die met Inland AIS zijn uitgerust op een elektronische binnenvaartkaart weergeven. Met name veerponten en kleine schepen zonder certificaat van onderzoek conform het Reglement Onderzoek schepen op de Rijn (zie artikel 4.07, eerste en derde lid, van het Rijnvaartpolitiereglement) zijn vrijgesteld van deze verplichte uitrusting met Inland ECDIS of een daarmee vergelijkbaar visualiseringssysteem.

De CCR heeft tijdens de voorjaarsvergadering van 2014 een besluit aangenomen waarin de minimumeisen en aanbevelingen worden gedefinieerd voor visualiseringssystemen die vergelijkbaar zijn met Inland ECDIS-apparatuur in de informatiemodus. Voor de informatiemodus zijn de eisen van de Inland ECDIS-Standaard namelijk slechts van aanbevelende aard.

Teneinde de implementatie van dit besluit inzake de verplichte uitrusting met Inland AIS-apparatuur en een visualiseringssysteem voor elektronische kaarten te vereenvoudiging heeft de CCR een voor de schippers bestemd informatiedocument opgesteld 2036 kB 2044 kB 2042 kB 2042 kB .

Onder het begrip Navigatiemodus wordt het gebruik van Inland ECDIS tijdens de vaart van het schip met geïntegreerd radarbeeld verstaan. Een Inland ECDIS-apparaat dat in de navigatiemodus gebruikt kan worden, is een navigatieradarinstallatie in de zin van de voorschriften omtrent de minimumeisen en keuringsvoorschriften voor radarinstallaties voor de Rijnvaart en daar is een typekeuring en –goedkeuring voor nodig. De scheepspositie moet ontleend zijn aan een continu positiebepalend systeem, waarvan de nauwkeurigheid beantwoordt aan de eisen van een veilige navigatie. Aan de positie- en koersbepaling worden bepaalde eisen gesteld, die in Deel 4, Appendix A, nr. 2.1 van de standaard zijn gedefinieerd.. Degene die een Inland ECDIS-apparaat in de navigatiemodus gebruikt, moet in het bezit zijn van een Radarpatent.

Voor het gehele bevaarbare deel van de Rijn en voor veel andere waterwegen in Europa zijn elektronische binnenvaartkaarten (Electronic Navigational Charts – ENC’s) beschikbaar. De CCR houdt een lijst van de “Elektronische kaarten voor de navigatiemodus - Bevoegde autoriteiten en gecertificeerde kaarten” bij.

Het Informatieblad Inland ECDIS bevat verklarende informatie over ECDIS, de Inland ECDIS-Standaard, Inland ECDIS-apparatuur, elektronische kaarten en over de productie daarvan in Europa. Bovendien bevat het informatieblad contactgegevens van de bevoegde vaarwegbeheerders.

Top

Elektronisch melden (ERI)

Scheepsmeldingen zijn nodig in de RIS-diensten zoals strategische verkeersinformatie, verkeersbegeleiding en calamiteitenbestrijding. Als alternatief voor schriftelijke of mondelinge meldingen vergemakkelijkt de elektronische melding de gegevensuitwisseling tussen schepen en verkeerscentrales. Bovendien maken de regels voor de elektronische scheepsmeldingen het voor de verkeerscentra van verschillende autoriteiten eenvoudiger om de gegevens elektronisch uit te wisselen.

Met deze standaard die is gebaseerd op internationaal toegepaste normen en classificaties, worden de regels voor het uitwisselen van deze elektronische meldingen vastgelegd, waardoor herhaling van meldingen wordt vermeden, bijvoorbeeld in het grensoverschrijdende verkeer.

De CCR heeft in mei 2003 met Besluit 2003-I-23 13 kB 14 kB 12 kB de Standaard voor elektronische meldingen in de binnenvaart, editie 1.0, aangenomen. Praktische ervaringen bij de toepassing van de standaard en het invoeren van een uniek Europees scheepsnummer, evenals de overgang van ERINOT 1.0 naar ERINOT 1.2 maakten wijzigingen in de standaard noodzakelijk. Daarom heeft de CCR in november 2006 met Besluit 2006-II-23 25 kB 71 kB 25 kB de Standaard voor elektronische meldingen in de binnenvaart, editie 1.2, aangenomen. Tegelijkertijd werd de standaard uitgebreid met een beschrijving van XML-berichten voor elektronische meldingen in de binnenvaart, omdat de schema's die voor de overdracht van gegevens worden gebruikt, op de programmeertaal XML zijn gebaseerd.

De standaard is in de regelgeving van de Europese Commissie (Verordening (EU) nr. 164/2010 d.d. 25 januari 2010) overgenomen. In april 2013 heeft het Comité Politiereglement een nieuwe editie (genoemd “april 2013”) van de Standaard voor elektronisch melden aangenomen. Hierin zijn alle nodige wijzigingen voor een overeenstemming met de geldende Europese specificaties opgenomen.

Het Informatieblad Elektronisch melden in de binnenvaart geeft een toelichting op de standaard, meldprocedures voor berichten, classificaties en codelijsten, beschrijft de omzetting in verschillende landen van Europa en vermeldt contactpersonen voor verdere informatie.

Nadat de standaard voor elektronische meldingen in de binnenvaart was uitgewerkt en op de Rijnvaart werd toegepast, voerde de CCR met Besluit 2007-II-20 54 kB 19 kB 54 kB de voor bepaalde schepen die containers vervoeren de verplichting tot het elektronisch melden in. Hierbij is de overdracht van de volgens het Rijnvaartpolitiereglement voorgeschreven meldingen in elektronische vorm vereist. Het doel van deze verplichting is om de veiligheid van de containervaart op de Rijn te vergroten en het verwerken van de scheepsmeldingen in de de verkeerscentrales (districtcentrales, verkeersposten) te verbeteren. Met het besluit verklaarde de CCR ook haar intentie de verplichting in de toekomst stapsgewijs uit te breiden naar andere vaartuigen.

Om technisch organisatorische redenen moest de CCR de invoering van het verplicht elektronisch melden uitstellen. Uiteindelijk kon deze conform Besluit 2009-I-17 89 kB 88 kB 89 kB per 1 januari 2010 in werking treden. Dientengevolge moesten schepen met meer dan 20 containers of ten minste één container met gevaarlijke stoffen aan boord, de vereiste meldingen, conform artikel 12.01 van het Rijnvaartpolitiereglement, elektronisch aan de verkeerscentrales (districtcentrales, verkeersposten) overdragen. Dit besluit leidde tot een verlichting van de administratieve taken van schippers en het personeel van de verkeersposten, terwijl toch een hoog veiligheidsniveau in de Rijnvaart kon worden gewaarborgd. Gezien de voordelen van het elektronisch melden en het feit dat het systeem nu volledig operationeel is, heeft de CCR besloten deze verplichting vanaf 1 december 2015 uit te breiden tot alle schepen en samenstellen die containers vervoeren 151 kB 178 kB 148 kB .

Om het omschakelen naar het elektronisch melden eenvoudiger te maken, hebben de verantwoordelijke werkgroepen van de CCR een Informatief document voor het scheepvaartbedrijfsleven en een overzicht van de Inlichtingendiensten voor elektronisch melden opgesteld.

Doordat de bijzondere moeilijkheden bij de invoering van elektronisch melden konden worden opgelost, toonde de CCR opnieuw aan dat ze in nauwe samenwerking met de bestuurslichamen van de lidstaten en het scheepvaartbedrijfsleven ook projecten kan verwezenlijken die zowel technisch als organisatorisch complex zijn, en aldus dat zij haar voortrekkersrol in de Europese binnenvaart recht doet. Door innovatie bevordert de CCR de ontwikkeling van een veilige, rendabele en moderne binnenvaart.

Top

Inland AIS

De CCR en haar lidstaten zijn ervan overtuigd dat er behoefte bestaat aan systemen voor het automatisch uitwisselen van nautische gegevens tussen schepen, evenals tussen schip en wal voor de automatische identificatie, evenals tracking- en tracing-oplossingen in de binnenvaart. Met de functie "Schepen volgen" (Vessel Tracking) worden gegevens bijgehouden over de toestand en de positie van een schip, evenals de eigenschappen daarvan, waaronder, indien gewenst, zelfs precieze gegevens over de lading. Met de functie "Schepen opsporen" (Vessel Tracing) is het mogelijk de positie van een schip te bepalen. Deze systemen leveren een bijdrage aan de verbetering van de veiligheid en het soepele verloop van het scheepsverkeer.

In de zeevaart voerde de IMO het automatische identificatiesysteem (AIS) in. Alle zeeschepen op internationale reizen als bedoeld in SOLAS hoofdstuk 5 worden sinds eind 2004 uitgerust met AIS.

AIS is een samenwerkingsprocedure en vereist derhalve van alle deelnemers die het systeem willen gebruiken, dat deze beschikken over een AIS-apparaat. Schepen die met AIS zijn uitgerust, zenden en ontvangen van andere met een AIS-apparaat uitgeruste schepen automatisch en periodiek informatie over het schip en zijn actuele nautische gegevens:

  • identiteit van het schip;
  • zijn exacte positie;
  • zijn koers en zijn snelheid;
  • verdere gegevens omtrent het schip.

De door AIS geleverde gegevens kunnen op verschillende manieren worden gevisualiseerd. Het is het efficiëntste de gegevens met geografische referenties, zoals positie- en verplaatsingsgegevens van een schip, gekoppeld aan zijn identiteit op een kaart weer te geven en de statische gegevens in alfanumerieke vorm in tabellen.

AIS-walstations binnen het VHF-zendbereik kunnen deze gegevens ook ontvangen en van hun kant nautische informatie aan de scheepvaart zenden.

AIS is een aanvullende bron voor informatie met betrekking tot navigatie. AIS vervangt nautische diensten zoals het volgen met radar en VTS niet, maar ondersteunt deze diensten. De waarde van AIS ligt in het opsporen en volgen van schepen die met AIS zijn uitgerust. Vanwege hun verschillende eigenschappen vullen AIS en radar elkaar aan.

Om aan de specifieke eisen voor de binnenvaart te kunnen voldoen werd AIS doorontwikkeld tot de zogenaamde "Inland AIS" die echter verder volledig compatibel blijft met het maritieme AIS van de IMO, en met andere bestaande standaarden in de binnenvaart.

Met Besluit 2006-I-21 66 kB 31 kB 28 kB heeft de CCR in mei 2006 de Standaard voor Tracking & Tracing van schepen in de binnenvaart aangenomen. Hoofdstuk 1 van dit document bevat de beschrijvingen van de werking van tracking en tracing van schepen in de binnenvaart. In hoofdstuk 2 wordt de Inland AIS-Standaard met inbegrip van de mogelijke berichten (messages) beschreven. In oktober 2007 hebben het Comité Politiereglement en de Werkgroep RIS van de CCR op basis van de aan hen overgedragen bevoegdheden de Standaard Tracking & Tracing van schepen in de binnenvaart, editie 1.01, uitgewerkt en gepubliceerd.

De CCR vulde deze standaard in mei 2007 aan met Besluit 2007-I-15 32 kB 31 kB 30 kB inzake Operationele- en functionele specificaties, testmethoden en vereiste testresultaten voor Inland AIS-apparatuur (Teststandaard voor Inland AIS, editie 1.0).

Bij beide standaarden bleken aanvullingen en correcties noodzakelijk, waardoor de CCR in oktober 2008 de Technische verduidelijkingen voor de Standaard Tracking en Tracing van schepen in de binnenvaart, editie 1.01 en Teststandaard voor Inland AIS, editie 1.0 publiceerde. Deze verduidelijkingen resulteerden in de Teststandaard voor Inland AIS, editie 1.01.

De Teststandaard is gebaseerd op de standaard voor AIS-apparatuur van klasse A voor de zeevaart, de norm IEC 61993-2. Deze norm werd in 2012 herzien en dit heeft tevens een herziening van de Teststandaard voor Inland AIS nodig gemaakt, waarvan Editie 2.0 het resultaat is. In hoofdzaak werden bepaalde onduidelijkheden in de huidige Teststandaard weggenomen en werd deze met enkele nieuwe functionaliteiten van het maritiem AIS uitgebreid. De aanvullende functionele omvang van Inland AIS blijft onveranderd, waarbij enkele verduidelijkingen voor de melding “personen aan boord” en de invoer “lengte en breedte van samenstellen” in de Teststandaard voor Inland AIS werden opgenomen. De Teststandaard kreeg een nieuwe structuur en heeft voortaan uitsluitend betrekking op de uitbreiding van de functionaliteit van Inland AIS op basis van de norm IEC 61993-2, editie 2.

Het Comité Politiereglement van de CCR heeft editie 2.0 van de Teststandaard aangenomen op 16 oktober 2012. Het comité heeft tevens besloten dat de Teststandaard tegelijk met de publicatie van norm IEC 61993-2, editie 2, in werking zal treden. De publicatie vond plaats op 19 oktober 2012. Vanaf deze datum moeten de krachtens artikel 7.06, derde lid, van het Reglement Onderzoek schepen op de Rijn voorgeschreven procedures voor de typegoedkeuring van Inland AIS-apparatuur op basis van editie 2.0 van de Teststandaard worden uitgevoerd. Een Inland AIS-apparaat, waarvan de typegoedkeuring op editie 1.0 en 1.01 van de Teststandaard is gebaseerd, mag uiterlijk tot en met 30.11.2015 worden ingebouwd en na deze datum nog worden gebruikt.

De door de CCR aangenomen Standaard voor Tracking & Tracing van schepen in de binnenvaart is in de regelgeving van de Europese Commissie (Verordening (EG) nr. 415/2007 van 13 maart 2007 1409 kB 1407 kB 1378 kB 1364 kB ) overgenomen. De standaard is gewijzigd bij Uitvoeringsverordening nr. 689/2012 van 27 juli 2012 796 kB 793 kB 794 kB 792 kB . Na de publicatie van de Uitvoeringsverordening hebben het Comité Politiereglement en de Werkgroep RIS van de CCR op grond van hun gemeenschappelijke deskundigheid de Standaard voor Tracking & Tracing van schepen in de binnenvaart, editie 1.2, uitgewerkt en gepubliceerd. Deze standaard is in april 2013 door het Comité Politiereglement aangenomen. Aldus is de coherentie met de Europese regelgeving verbeterd en zijn de verwijzingen naar bepaalde normen en aanbevelingen geactualiseerd.

Het gebruik van AIS voor de Rijnvaart wordt geregeld door artikel 4.07 Rijnvaartpolitiereglement. Inland AIS-apparatuur moet bovendien conform artikel 7.06, derde lid, en bijlage N, deel I Reglement Onderzoek schepen op de Rijn door een bevoegde autoriteit zijn toegelaten en door een erkend deskundig bedrijf worden ingebouwd. Bijlage N, deel II bevat het voorbeeld van de verklaring over de inbouw en het functioneren van Inland AIS-apparatuur die het deskundig bedrijf na montage moet invullen.

Inland AIS-apparatuur moet vakkundig zijn ingebouwd en ingesteld, zodat deze veilig werkt. De CCR vereist daarom dat een deskundig bedrijf de inbouw verzorgt en hiervoor ook een verklaring afgeeft. Als hulp heeft de CCR het Handboek voor de inbouw van het Inland Automatic Identification System (Handboek voor de inbouw van Inland AIS) gepubliceerd. Dit document is bestemd als richtsnoer voor erkende bedrijven die Inland AIS-apparatuur aan boord van binnenschepen inbouwen. Het is een richtsnoer voor het inbouwen, configureren en testen van de apparatuur als waarborg voor de correcte instellingen. Dit document dient aanvullend op de inbouwhandleidingen van de fabrikanten van Inland AIS-apparatuur te worden gebruikt.

De CCR onderhoudt lijsten conform Bijlage N, deel III van het Reglement Onderzoek schepen op de Rijn:

  • van de voor het toelaten van Inland AIS-apparatuur bevoegde autoriteiten;
  • van de toegelaten Inland AIS-apparatuur;
  • van de op basis van gelijkwaardige typegoedkeuringen toegelaten Inland AIS-apparatuur;
  • van de voor de inbouw of het vervangen van Inland AIS-apparatuur door erkende bedrijven.

Het Informatieblad Inland AIS geeft een toelichting op de standaard, de werking en de toepassing van Inland AIS, de Inland AIS-apparatuur en de daardoor overgedragen gegevens, beschrijft de omzetting in verschillende landen van Europa en vermeldt contactpersonen voor verdere informatie.

In 2009 hebben de Duitse en Nederlandse verkeersoverheden steunprogramma's voor de binnenvaart gelanceerd, waarmee de aanschaf en inbouw van Inland AlS-apparatuur financieel wordt ondersteund. Het scheepvaartbedrijfsleven heeft deze programma's goed ontvangen en op die wijze met beperkte eigen financiële middelen zijn vloot van Inland AIS-apparatuur kunnen voorzien. Aangezien na afsluiting van het steunprogramma ook in andere staten het uitrustingsquotum van de Europese binnenvloot bij de Inland AIS-apparatuur op een hoog niveau zal liggen, heeft de CCR in juni 2010 met Besluit 2010-I-9 25 kB 66 kB 25 kB zijn intentie verklaard tot invoering van een verplichting voor het inbouwen en gebruiken van Inland AIS-apparatuur in de Rijnvaart op middellange termijn. Met deze intentieverklaring gaf de CCR de scheepseigenaren een betrouwbare planningbasis voor de door hen te nemen investeringsbeslissingen. Na jarenlange werkzaamheden heeft de CCR ter gelegenheid van de najaarsvergadering 2013 besloten 177 kB 173 kB 172 kB tot de invoering van de verplichting tot het uitrusten met en gebruik van een Inland AIS-apparaat gekoppeld aan een Inland ECDIS-apparaat in de informatiemodus (of een daarmee vergelijkbaar visualiseringssysteem).

Ter aanvulling van deze beslissing zijn in juni 2014 drie besluiten aangenomen 149 kB 146 kB 148 kB . Deze uitrustingsverplichting treedt met ingang van 1 december 2014 in werking en betreft alle schepen, buiten enkele uitzonderingen –zoals kleine schepen die niet van een certificaat van onderzoek overeenkomstig het Reglement Onderzoek schepen op de Rijn zijn voorzien. Deze uitzonderingen zijn in artikel 4.07, eerste lid, van het Rijnvaartpolitiereglement vermeld. Dit AIS-apparaat moet permanent ingeschakeld zijn. In enkele gevallen, beschreven in artikel 4.07, tweede lid, van het Rijnvaartpolitiereglement, kan het apparaat worden uitgeschakeld. De lijst met gegevens die door het AIS-apparaat moeten worden overgedragen is in artikel 4.07, vijfde lid, van het Rijnvaartpolitiereglement vermeld. De CCR heeft een communicatiedocument opgesteld om de implementatie van deze beslissing te vereenvoudigen 2036 kB 2044 kB 2042 kB 2042 kB .

Schepen, die met een Inland AIS-apparaat moeten zijn uitgerust, uitgezonderd veerponten, dienen aanvullend te zijn uitgerust met een Inland ECDIS-apparaat in de informatiemodus (of een daarmee vergelijkbaar visualiseringssysteem) dat met het Inland AIS-apparaat moet zijn verbonden. Schippers dienen dit apparaat samen met een actuele elektronische binnenvaartkaart te gebruiken.

Top

Berichten aan de scheepvaart

Waterweginformatiediensten (FIS) omvatten geografische, hydrologische en administratieve gegevens die voor schippers en vlootmanagers nodig zijn om een vaart te plannen, uit te voeren en te bewaken. FIS leveren dynamische gegevens (bijv. waterstanden, waterstandvoorspellingen), evenals statische gegevens (bijv. bedieningstijden van sluizen en bruggen) over het gebruik en de toestand van de waterweginfrastructuur in de binnenvaart en ondersteunen daarmee tactische en strategische navigatiebeslissingen.

Traditionele middelen om FIS beschikbaar te stellen zijn bijvoorbeeld visuele navigatiehulpmiddelen, schriftelijke Berichten aan de scheepvaart, via vaste telefoons of radio-uitzendingen aan sluizen. Mobiele telefonie via GSM heeft gezorgd voor nieuwe communicatiemogelijkheden, maar GSM is niet altijd op alle plaatsen beschikbaar. Een FIS op maat kan door marifonie op binnenwateren, internetdiensten of elektronische binnenvaartkaarten (bijv. Inland ECDIS met ENC) beschikbaar worden gesteld.

Met de standaardisering van de Berichten voor de binnenvaart wordt beoogd:

  • een automatische vertaling van de kerninhoud van berichten in alle talen van de deelnemende landen te waarborgen;
  • een geharmoniseerde structuur van datasets in alle deelnemende landen ter beschikking te stellen om aldus de integratie van de berichten in reisplanningssystemen te vereenvoudigen;
  • een standaard voor de waterstandinformatie ter beschikking te stellen;
  • met de gegevensstructuur van Inland ECDIS compatibel te zijn om aldus de integratie van berichten voor de binnenvaart in Inland ECDIS te vereenvoudigen;
  • de gegevensuitwisseling tussen verschillende staten te vereenvoudigen;
  • het gebruik van een standaardvocabulaire in combinatie met codelijsten te waarborgen.

Het zal niet mogelijk zijn alle informatie die de berichten bevatten, te standaardiseren. Een deel van de informatie wordt daarom als "vrije tekst" beschikbaar gesteld, zonder automatische vertaling.

De standaard voor de Berichten aan de scheepvaart bevat voorschriften voor de gegevensoverdracht van vaarweginformatie via Internet.

Met Besluit 2004-I-17 27 kB 26 kB 26 kB heeft de CCR de Standaard Berichten aan de scheepvaart in mei 2004 aangenomen.

De standaard werd in de wetgeving van de Europese Commissie (Verordening (EG) nr. 416/2007 van 13 maart 2007) overgenomen.

Het Comité Politiereglement en de Werkgroep RIS van de CCR hebben editie 1.1 van de standaard in april 2006, editie 1.2 in september 2006, editie 1.2.1 in september 2007, editie 2.0 in oktober 2008 en ten slotte editie 3.0 in oktober 2009 aangenomen. Editie 3.0 is nog niet in gebruik. Dat zal tegelijkertijd met het toepassen van deze editie door de Europese Commissie gebeuren.

De autoriteiten die Berichten aan scheepvaart beschikbaar stellen, zijn verplicht deze standaarden toe te passen. De binnenvaartexploitanten hebben de mogelijkheid de door deze autoriteiten opgestelde Webpagina's Berichten aan de scheepvaart te raadplegen en zich daarop te abonneren.

Het Informatieblad Berichten aan de scheepvaart geeft een toelichting op de standaard, de distributiemanieren en de inhoud van de Berichten aan de scheepvaart, de omzetting in verschillende Europese landen en vermeldt contactpersonen voor verdere informatie.

Top