Rechtsgrondslag

Geografisch toepassingsgebied

De Akte van Mannheim is een complexe overeenkomst, waarvan niet alle bepalingen dezelfde werkingssfeer hebben. Dit geldt in het bijzonder voor het geografische toepassingsgebied. De hierna volgende algemene informatie gaat niet op alle bijzonderheden in.

Rijn

Stroomopwaarts reikt het toepassingsgebied van de Akte van Mannheim tot aan de plaats waar de zogenaamde “navigation naturelle” begint (artikel 1 van bijlage 16B van de Slotakte van het Congres van Wenen). De Zwitserse autoriteiten kozen hiervoor de middelste brug voor de haven van Bazel (km 166,64) (Mittlere Rheinbrücke).

Stroomafwaarts reikt het internationale regime tot aan de zee, op alle vaarwegen die van de Rijn naar zee of naar België stromen (artikel 2 van de Akte van Mannheim) en door de handelsvaart worden gebruikt. Tussen Krimpen en Gorinchem enerzijds en de open zee anderzijds gelden gedeeltelijk afwijkende voorschriften.

De internationale regelgeving is van toepassing op de gehele rivier, over de hele lengte, met inbegrip van oevers en jaagpaden, havens en gedeeltelijk ook de kades, laad-, los- en opslagplaatsen (artikel 8, 27 en 31 van de Akte van Mannheim).

Wat de vrijheid van scheepvaart aangaat (artikel 3 en 4), vallen ook bepaalde zijrivieren van de Rijn onder de bepalingen van de Herziene Rijnvaartakte, hoewel soms met een aantal uitzonderingsbepalingen (zoals vastgesteld in het Verdrag van 27 oktober 1956 betreffende het bevaarbaar maken van de Moezel). De Main wordt tot aan kilometerraai 387,69 (spoorbrug van Hallstadt) als een zijrivier van de Rijn beschouwd, maar ook voor deze rivier gelden een aantal bijzondere regels.

Top

Materieel toepassingsgebied

De Herziene Rijnvaartakte bevat een stelsel van regels, dat wordt samengevat onder de noemer “Rijnregime” en op verschillende aspecten van de scheepvaart betrekking heeft.

Beginsel van de vrijheid van scheepvaart

De scheepvaart op de Rijn is vrij, voor zover de voorschriften die getroffen zijn in het belang van de algemene veiligheid worden gerespecteerd.

Dit regime is van toepassing op de handelsvaart. Voor pleziervaartuigen, sportboten en oorlogsschepen gelden specifieke regels. Het vervoer van de ene naar de andere oever valt evenmin onder dit regime (artikel 24).

De Rijn staat open voor schepen van alle nationaliteiten, echter onder de beperkingen van Aanvullend Protocol nr. 2 uit 1982. Deze betreffen de schepen waarvan de vlaggenstaat geen verdragsluitende staat van de Herziene Rijnvaartakte of lidstaat van de Europese Unie is. Voor deze staten is het transitoverkeer vrij, terwijl het wisselverkeer onderworpen is aan de akkoorden met de betrokken staten. De cabotage op de Rijn (het vervoer tussen twee aan de Rijn gelegen havens) valt onder de voorwaarden die door de Centrale Commissie worden vastgesteld.

De cabotage op de Rijn is vrij en zonder beperkingen voor schepen die het recht hebben, de vlag van een communautaire of CCR-lidstaat te voeren. Om hiervoor in aanmerking te komen, moet er een reële band tussen het schip en de betrokken staat bestaan. De voorwaarden hiervoor zijn vastgelegd in een uitvoeringsregeling van de CCR (Besluit 1984-I-3) en de communautaire verordening nr. 2919/85 van 17 oktober 1985.

Beginsel van de eenheid van regime

Om een vrije scheepvaart tot stand te brengen, geldt voor het verkeer op de Rijn een uniforme regelgeving die, geografisch gezien, op de gehele rivier van toepassing is (wat specifieke voorschriften voor bepaalde trajecten echter niet uitsluit). Deze gemeenschappelijke regelgeving wordt binnen de Centrale Commissie overeengekomen.

Om de eenheid van het Rijnregime te verzekeren, worden de specifieke veiligheidskwesties voor de Rijnvaart uitsluitend door de CCR geregeld. De lidstaten nemen op nationaal niveau geen maatregelen die de vrije scheepvaart op de Rijn zouden kunnen belemmeren, tenzij het algemene voorschriften betreft die niet specifiek zijn voor de scheepvaart of als de CCR uitdrukkelijk de bevoegdheid van de lidstaten heeft erkend (artikel 23 van de Akte van Mannheim).

Beginsel van gelijke behandeling

Voor alle deelnemers aan de Rijnvaart geldt dat zij ongeacht hun nationaliteit gelijk moeten worden behandeld.

Daarom moet een verschil in behandeling (bijvoorbeeld op grond van technische kenmerken van schepen) objectief worden gerechtvaardigd onder verwijzing naar de algemene veiligheid, een goede verkeersafwikkeling of het algemeen belang (zie het arrest van de Kamer van Beroep van 10 februari 2003 in de zaak 415 P – 1/03 H). 16 kB 16 kB

Top

Beginsel van onderhoud en verbetering van de vaarweg

Akte van Mannheim

De Akte van Mannheim legt het beginsel van het behoud, het onderhoud en de verbetering van de Rijn als vaarweg vast (zie in het bijzonder de artikelen 27 tot 31).

De Rijnoeverstaten en België zijn verantwoordelijk voor de noodzakelijke onderhoudswerkzaamheden. De Centrale Commissie begeleidt deze werkzaamheden en biedt een forum voor overleg over de te treffen maatregelen: zij beoordeelt de werkzaamheden die de scheepvaart kunnen beïnvloeden, zoals bruggen of wijzigingen van de waterloop.

Top

Geen heffing van rechten of tol over scheepvaartactiviteiten

Op grond van artikel 3 van de Akte van Mannheim heffen de lidstaten geen tolgelden, belastingen of rechten over Rijnvaartactiviteiten die met de scheepvaart samenhangen.

Deze bepaling vormt echter geen hindernis voor het eisen van vergoedingen voor geleverde diensten of het heffen van belastingen die op een andere basis worden opgelegd (zoals bijvoorbeeld de btw).

Naast deze bepaling is op 16 mei 1952 ter aanvulling op de Akte van Mannheim een overeenkomst gesloten over het douane- en belastingregime voor de gasolie die in de Rijnvaart als brandstof wordt verbruikt. Deze overeenkomst bepaalt dat de CCR-lidstaten op gasolie die in de Rijnvaart gebunkerd wordt, geen douanerechten of accijnzen zullen heffen.

Verschillende bepalingen van de Herziene Rijnvaartakte hebben betrekking op het douaneregime. Deze hebben hun betekenis grotendeels verloren.

Top

Reglementair kader van de Rijnvaart

De Akte van Mannheim verbindt vrijheid met orde. Om de veiligheid van de Rijnvaart te verzekeren, vaardigt de CCR reglementen uit. Deze hebben betrekking op:

  • de technische voorschriften voor schepen (Reglement Onderzoek Schepen op de Rijn);
  • regelgeving met betrekking tot het personeel van de binnenvaart (Reglement betreffende het Scheepvaartpersoneel);
  • regelgeving met betrekking tot de scheepvaart (Politiereglement);
  • regelgeving met betrekking tot het vervoer van gevaarlijke goederen (ADN-Reglement).

De inhoud van deze reglementen vindt u bij de desbetreffende rubrieken van de website.

Top